Tom Lanoye, nee juister, doctor honoris causa Tom Lanoye, hekelde vorige week op zijn eigen wijze de dresscode van de stad, bij de uitreiking van de ere-doctoraten, ook aan de Antwerpse stadsdichters. Van hoofddoeken tot HIV-speldjes, neutraliteit verdringt de diversiteit, grijsheid de gekleurde realiteit.
Tom Lanoye goes Zola, zeker in volgend citaat: "Luister, ik vind die hoofddoek een onding, hoor - en ik weet waarover ik het heb. Ik ben in mijn prilste jeugd opgevoed door nonnen in, zeg maar, zware sluiervorming. Ik ben net zo goed een ketter zo groot als een kathedraal geworden. Ik wil dan ook met de hoofddoek kunnen lachen. Ik wil zijn nut betwijfelen. Ik wil hem zien als symbool van mogelijke onderdrukking, net zo goed als de kanten sluier die hoort bij de witte bruidsjapon waarin nog steeds menige bruid het stadhuis betreedt, zonder dat er een seculiere haan naar kraait.
Maar ik wil één ding nooit, juist vanwege - vooruit met de grote woorden - onze Europese principes, rechten en vrijheden, onze erfenis uit de verlichting waarvan deze universiteit een bastion is. Ik wil die hoofddoek niet verbieden. Zeker niet waar zo'n verbod alleen maar contraproductief werkt, omdat het van die hoofddoek een symbool zal maken van cultureel, politiek en sociaal verzet, los van het religieuze, dat er alleen maar fanatieker op zal worden. En omdat de consequenties van zo'n verbod onze stad reduceren tot een kostschool uit de jaren vijftig. Met navenant kledingreglement."
In de stad groeit het debat, bij allochtonen de woede om de nodeloze provocatie, bij sommigen in de meerderheid en in de wandelgang aarzelend de spijt voor hun politieke platheid, waarbij ze wel goedkeurden waar ze in feite tegen zijn. Lees in bijlage het volledige stuk van Tom Lanoye vandaag in De Morgen en De Standaard.
| Bijlagen | ||
|---|---|---|
| Tom Lanoye Het gala-uniform van het westerse denken.doc |


Din, 15/05/2007 - 22:24
Met de invoering van een nieuw kledingreglement voor ambtenaren heeft het stadsbestuur van Antwerpen een gevaarlijk precedent geschapen. Het basisprincipe van de democratie, de scheiding der machten zoals beschreven door de Franse Verlichtingsfilsoof Ch. de Montesqieu in de 18° eeuw, werd geschonden. Tom Lanoye schrijft terecht dat de grootste stad van Vlaanderen tegelijk optreedt als rechter
en partij, en stelt (rethorisch) de vraag of het voorheen, dus zonder dit stadsreglement, echt onmogelijk was om een stadsambtenaar te sanctioneren wegens onfatsoenlijk gedrag (DM 07/05).
Het beroemde artikel 1382 van ons Burgerlijk Wetboek biedt elke burger de mogelijkheid om via de rechter schadevergoeding te eisen. Wie zich "in zijn gevoeligheid gekrenkt voelt", zoals Vermeersch het formuleert (DM 04/05),
hetzij door een hoofddoek, een nazi-uniform of een HIV-speldje, heeft het democratische recht om de ambtenaar of diens werkgever voor de rechter te dagen. Niet onbelangrijk is dat deze schade wél overtuigend moet aangetoond en bewezen worden. (Tot op heden heeft zich in ons land nog nooit dergelijk schadegeval voorgedaan, gelukkig maar, of het zou gaan om een verwaarloosbare anekdote uit onze vaderlandse geschiedenis.)
De rechterlijke macht, die totaal onafhankelijk van de wetgevende of uitvoerende macht opereert, zal zich hierbij strikt neutraal opstellen. Deze rechterlijke neutraliteit impliceert dat magistraten en hun medewerkers, alsook de justitiegebouwen, volledig worden gevrijwaard van symbolen die, zoals Vermeersch het stelt, het geringste vermoeden van
partijdigheid uitdragen. De kruisbeelden moeten er dus verwijderd worden.
Anderzijds kunnen de rechtsonderhorigen of hun vertegenwoordigers die de partijen vormen in een conflict, niet verplicht worden tot diezelfde strikte neutraliteit. Net zoals van de cipiers wordt verwacht dat ze zich niet laten provoceren door ideologische of religieuze stemmingmakerij door gevangenen, mag men op zijn minst van de magistraten verwachten dat ze zich niet laten beïnvloeden door de kledingdracht van de conflicterende partijen, zelfs als deze een symbolische manifestatie zouden zijn van het
schenden van de Rechten van de Mens (zie Vermeersch in DM 04/05).
Overeenkomstig diezelfde scheiding der machten (en hun respectievelijke onafhankelijkheid), is het echter duidelijk dat men de strikte neutraliteit van de rechterlijke macht niet zomaar, laat staan per definitie, kan uitbreiden en opleggen aan de uitvoerende macht. Anderzijds is het ook
evident dat in een democratie de wetgevende macht een afschaduwing is van de diversiteit of pluraliteit van de bevolking, waardoor zij zich in het spectrum van neutraliteit tot pluralisme aan de tegenovergestelde kant van
de rechterlijke macht bevindt: parlements-, provincie- en
gemeenteraadsleden zijn uiteraard niet neutraal en vormen dankzij hun diversiteit aan ideologieën en politieke strekkingen een pluralistische gemeenschap. Om die reden genieten zij ook van een parlementaire onschendbaarheid en zal het derhalve niemand toekomen om bepaalde kledingvoorschriften op te leggen aan de vertegenwoordigers van het volk, net zomin als men dat zou doen aan de vertegenwoordigers (advocaten) van de partijen in een rechtbank.
Men moet het debat over het Antwerps kledingreglement voor ambtenaren voeren in de kontekst van de Trias Politica. Stadsambtenaren behoren tot de uitvoerende macht inzoverre zij, samen met de Koning, de regering en het provincie- of stadsbestuur, de wetten zo goed mogelijk uitvoeren, evenwel
zonder deze wetten zélf te wijzigen of hun correcte toepassing te controleren of sanctioneren. De stadsambtenaren bevinden zich dus ergens middenin het spectrum tussen volledige pluralisme enerzijds en strikte
neutraliteit anderzijds. Vermeersch trekt echter onverbiddelijk de kaart van het laatste en kiest voor een algemeen verbod op symbolen die een uiting (zouden) zijn van de schending van de mensenrechten, ongeacht de mogelijkheid die reeds wordt geboden door art. 1382 B.W. Aldus komt het
niet in eerste instantie toe aan de rechter, maar aan het stadsbestuur (uitvoerende macht) toe om, preventief, deze schending van rechten te beoordelen en te sanctioneren.
Gezien het belang van "de mensenrechten", zou men deze uitzondering op de scheiding der machten eventueel kunnen
tolereren. De gevolgen van dergelijk precedent kunnen echter zo ver gaan, dat bepaalde (groepen van) burgers in hun mensenrechten worden geschonden.
Zo valt niet te ontkennen dat het bewuste stadsreglement op een vrij agressieve manier de subjectieve beleving van de hoofddoek door moslima's - "een uiting van vroomheid die respect verdient", aldus prof. Vermeersch (DM 04/05) - sanctioneert. Zonder te twijfelen aan de goede intenties van
Vermeersch en het stadsbestuur van Antwerpen, durf ik er op wedden dat het resultaat van hun kledingreglement strijdig is met het beoogde doel, nl. een open, verdraagzame en respectvolle samenleving.
Frank Duerinck, lic. moraalwetenschappen RUG
Zon, 06/05/2007 - 17:30
Alle lof voor de vrijmoedigheid van Tom en dit op een academische zitting, waar hij een eredoctoraat krijgt. Helaas zijn opiniestukje staat bol van denkfouten. Het loketreglement een uiting van zogenaamde "dominante"cultuur en back tot the fifties?
Een "dominante" cultuur gaat uit van nationalisme, godsdienst en particuliere gebruiken. Universalisme daarentegen respecteert de verscheidenheid maar wil de samenhang van de samenleving vergroten door een aantal regels op te leggen. "Verboden te verbieden". Ja dat was een wat infantiele slogan uit de sixties. Ik zeg U dit als "oudstrijder". Daarom gaan we nog niet terug naar de nonnekestijd, die overigens uitging van een dominante christelijke cultuur. Ik dacht dat we daar nu eindelijk vanaf waren maar Tom ziet dat anders. Omdat we met veel culturen samenleven moet het principe van scheiding en kerk(en) en staat een groot aandachtspunt zijn.
Daar is het loketregelement een toepassing van. Het loket is evident een plaats,waar de burger kwaliteit mag verwachten. Het loket is helaas een plaats waar de dienstverlener vaak minder prettige mededelingen zal doen: u moet een bekeuring betalen, de uitleenperiode van het bibliotheekboek is flink overschreden, uw binnengebrachte documenten zijn onvolledig en U wordt terug huiswaarts gestuurd...ik kan mij zo vele toestanden voorstellen.
Godsdiensten kunnen "headbangen" in de hemel en op alle private plaatsen. Alleen graag wat "dimmen" in een publieke ruimte. Dat is niet zo moeilijk om te begrijpen. Groen vergist zich van agenda.
Vooraleer ik mijn stem overweeg te verlenen aan Groen, wil ik het nu nog eens hebben over Turkije. Het leger moet in de kazerne blijven maar met Erdogan en de zijnen gaat de islamitische bijl in de seculiere Turkse samenleving. Daar ben ik zeer ongerust over. Kennelijk ook vele Turken met mij; Ze krijgen mijn steun. Ook die van Meyrem? Laat eens horen.
Johan Bijttebier
Zon, 06/05/2007 - 21:08
Johan,
een belangrijk debat dat je aansnijdt. Ik deel je bezorgdheid voor de neutraliteit van een overheid, bij ons, in Turkije en elders. Pas een neutrale overheid kan vrijheid van meningsuiting, godsdienst, drukpers, vereniging aan zijn burgers garanderen.
In alle gezagsfuncties moet een overheid dan ook neutraal zijn. Rechters, zoals je als advocaat beter weet dan wie ook, maar ook politie-agenten bijvoorbeeld.
Maar neutraliteit van de overheid moet voor mij niet voor al wie voor die overheid werkt. Mijn kinderen op de kleuterschool mogen best een juf hebben met of zonder een keppeltje, kruisje, hoofddoek, oorbel of navelpiercing. Idem voor de man of vrouw achter het loket, achter de vuilniswagen of in het zwembad. Want diversiteit is in onze stad ook realiteit. Dus komt het er op aan een gezond evenwicht te vinden. Een neutrale overheid om samenleven in diversiteit mogelijk te maken. En dus terecht een verbod op uiterlijke tekenen bij bv. de politie. Maar niet voor ambtenaren aan het loket of de verzorgenden in de creches. Laat Kobe en Nathan maar wat diversiteit ervaren, in hun klasje en bij hun meesters en juffen.... Het lijkt me een betere voorbereiding op de toekomst dan grijsheid onder het motto van neutraliteit voor mensen en functies waar het geen verschil mag maken.
dirk
Don, 10/05/2007 - 15:19
Als ik het goed begrijp bent u voorstander van een neutraliteitseis ("hoofddoekverbod"?) voor politie-agenten?
U bent dus, net als de bestuurders van Antwerpen, voorstander van de neutraliteitseis, maar u verbindt er andere modaliteiten aan.
De meningen liggen dus niet zo ver uit elkaar, en zijn niet echt tegengesteld, de discussie gaat over proporties en niet over principes. Van waar dan de polariatie? Electoraal gewin vanwege Groen! ?
Of toch? BOEH (Baas Op Eigen Hoofd) geldt ongeacht de omstandigheden of beroepskeuze. En daar bent u het dus niet mee eens, ook al wekt de verkiezingscampagne van Groen! de indruk dat ze BOEH voluit steunt.
Stel dat de discussie daadwerkelijk zou gaan over een hijab voor politie-agenten, wat zou "stemmen"? In Londen nl. is een discrete hoofddoek voor politie-agenten toegelaten, mijns inziens volledig ten onrechte. U zou ook tegen zijn?
Vindt u ook niet dat solidariteit met de slachtoffers van moslimfundamentalisme in islamitische landen, al reden genoeg is voor een niet fanatieke houding ivm hoofddoek-dracht?
Tom Lanoye wil van Antwerpen geen kostschool maken, een koranschool hoeft echter ook niet.
Laat ons de progressieve islam aanmoedigen, en niet de fanatieke, conservatieve en fundamentalistische excessen.
Don, 10/05/2007 - 18:53
beste,
de grens is voor mij duidelijk: alle publieke gezagsfuncties die neutraal moeten zijn, laten geen uiterlijke tekenen van politieke of levensbeschouwelijke aanhorigheid toe. Dat is een beperkte lijst: rechters, militairen, politie-agenten, cipiers zijn de voornaamste. Alle andere functies kunnen kledingvereisten inhouden (een uniform voor verplegers, mensen met een onthaalfunctie, treinconducteurs, ...), maar die hoeven de diversiteit niet te beperken, als mensen hun job maar goed doen.
Voor de rest hoop ik op een verlichte invulling van alle levensbeschouwingen, dat is voor mij de weg naar een actief, verdraagzaam en modern pluralisme, dat ieders eigenheid erkent en van anderen vraagt dit evenzeer te respecteren.
Moesten we het debat over de verkrampte dresscode van de stad kunnen verdiepen tot een debat over de waarden van de verlichting en de moderniteit, en wat die vandaag betekenen voor mensen met een verschuilelnde levensbeschouwelijke achtergrond, dan zouden we al een belangrijke stap verder zijn! Maar dat is een debat dat meer tijd vraagt, en meer durf van het beleid dan een eenzijdig en weinig doordacht verbod.
dirk geldof
Don, 10/05/2007 - 19:59
petervdv antwoordt:
Er is een hemelsbreed verschil tussen een debat over de principiële mogelijkheid tot een neutraliteitseis en het debat over de concrete invulling ervan.
Het protest van BOEH is gericht tegen het principe. BOEH wil een principieel verbod op een neutraliteitseis, en dat kan niet in een lekenstaat.
Alleen de neutraliteitseis voor gezagsfuncties is niet vanzelfsprekend: waarom is een loketbeambte of leraar geen gezagsfunctie, en waarom zouden alleen gezagsfuncties onpartijdigheid moeten uitstralen?
En waarom mag Mac Donalds een uniform opleggen, zonder dat BOEH staat te schreeuwen? Waarom mogen bedrijven wat de overheid niet mag?
Is het niet hypocriet alleen de neutraliteitseis te willen toepassen op domeinen waar bv moslims op dit ogenbik niet in geïnteresseerd zijn? En waarom is een verbod op een rechter met hoofddoek dan juist geen discriminatie? En is een onderwijzeres die een gat boort in haar tong in naam van de diversiteit wel zulk een "goed voorbeeld" voor kinderen?
Laat ons dus duidelijk stellen dat de lekenstaat de beste waarborg is voor een vreedzame coëxistentie van culturen, voor de multiculturele samenleving, en een rationeel, redelijk, consequent en consistent debat voeren over de invulling ervan ("de grenzen").
't Stad is van iedereen, behalve van de fundamentalisten, in welke gedaante of vanuit welke religieuze of levensbeschouwelijke hoek ook. Ik pleit dus voor een vernieuwde erkenning van de lekenstaat, in functie van een vredelievende multiculturele samenleving.