De armoede in ons land neemt toe. Het armoederapport van Verhofstadt II is ‘an unconvenient truth’. Zo stijgt ook de energie-armoede verder, zoals blijkt uit nieuwe cijfers.

Einde 2006 waren 70.620 mensen in Vlaanderen voor electriciteit en/of aardgas gedropt door de commerciële leveranciers binnen het distributiegebied van Eandis (de gemengde netbeheerders).

Ik heb ondertussen ook de cijfers van de gedropte klanten bij in het gebied van Infrax opgevraagd (de zuivere intercommunales Interelectra, IVEG en WVEM). Einde 2006 waren er 11.519 mensen afgesloten door de commerciële leveranciers voor electriciteit en 6.544 mensen voor gas, of samen 18.063 gedropte contracten (of EAN’s in het jargon).

Einde 2006 waren in Vlaanderen dus net geen 90.000 contracten gedropt door de commerciële energiebedrijven. De vroegere intercommunales hebben het afgelopen jaar het aantal gedropte klanten hand over hand zien stijgen. In de tweede helft van 2006 is een nieuwe schorsingsgolf ingetreden bij de commerciële energiebedrijven. Vermoedelijk gaat het vandaag reeds over meer dan 100.000 gedropte klanten.

Ook nu groeit ook bij de intercommunales het aantal sociale klanten met betaalproblemen. Vaak gaat het om mensen die nu een dubbele of zelfs driedubbele schuld hebben opgebouwd: eerst bij hun commerciële leverancier, dan bij de sociale leverancier. Alleen met die laatste schuld kunnen ze terecht bij de Lokale Adviescommissies, die met het OCMW afsluiting moeten voorkomen.

Steeds meer mensen hebben via dat LAC een budgetmeter. Maar het aantal mensen dat effectief zonder stroom valt, is vandaag niet langer in de statistieken af te lezen. Het recht op minimumenergie van 6A/1OA wordt in de praktijk immers omzeild. In plaats van klanten nog volledig af te sluiten, schakelt men de vermogensbegrenzer in een budgetmeter die de 6/10A garandeert op non-actief. Wanneer klanten dan hun kaart niet opladen, valt de stroom volledig uit, zonder het minimaal recht.

De liberalisering van de energiemarkt is één van de smadelijkste mislukkingen van Verhofstadt II. De energiesector is niet ecologischer geworden, de inkomsten voor de gemeenten zijn meer dan gehalveerd en vooral: voor de consumenten is het wél onduidelijker en niet significant goedkoper geworden. Vooral sociaal kwetsbare gezinnen betalen de prijs. Zij geraken niet meer wijs uit de wirwar aan commerciële bedrijven die hen contracten aanbieden, bouwen vaak op meerdere plaatsen energieschulden op, en worden uiteindelijk gedropt als wanbetaler.

Misschien met er in de volgend federale regering opnieuw een echte minister van energie komen. Zowel voor het klimaat als voor de sociale gevolgen van de liberalisering. Dan kan Verwilghen rustig verder gaan surfen in Knokke.