De kaap van honderdduizend leefloners in België is in zicht, staat vandaag in De Standaard. Het aantal mensen dat moet aankloppen bij het OCMW is afgelopen 12 maanden sterk gestegen. Het cijfer van 100.000 mensen met een leefloon wordt haast zeker overschreden dit jaar, een triest record. De federale staatssecretaris van Armoedebestrijding, Philippe Courard (PS) verwacht een stijging met 6 à 7 procent tegen het jaareinde. Dan wordt de symbolische kaap van de 100.000 gerond. Als OCMW-raadslid in Antwerpen verwonderen de cijfers me niet: week na week signaleren maatschappelijk werkers een toenemende werkdruk van nieuwe aanvragen en vertraagde uitstroom. In deze cijfers zijn de mensen met een equivalent leefloon nog niet opgenomen. Naar schatting gaat het nog eens om zo’n 30.000 rechthebbenden. Dat aantal kan stijgen in 2010 wanneer mensen zonder papieren geregulariseerd worden. Ook arme bejaarden, die een inkomensgarantie voor ouderen ontvangen als leefloon, zitten nog niet in deze cijfers.
Moeten overleven op een leefloon is geen lachertje. Het leefloon (voorheen ‘bestaansminimum') is erg laag in ons land. Het bedraagt 725 euro per maand voor een alleenstaande, bijna twintig procent lager dan de Europese armoedegrens die voor ons land op 875 euro ligt. Voor samenwonenden bedraagt het leefloon 483 euro; voor een eenoudergezin met kinderen 968 euro. Een voorstel tot verhoging van het leefloon ligt op tafel in de Kamer, maar krijgt geen steun van de meerderheidspartijen. Aan de vooravond van de Werelddag tegen de Armoede op 17 oktober vraagt Groen!-kamerlid Wouter de Vriendt dan ook meer dan terecht aan de regering Van Rompuy om een concreet becijferd actieplan op tafel te leggen. Want een verdere groei van armoede en ongelijkheid is onaanvaardbaar, maar wel bezig.

