Rotterdam wil mensen met een bijstandsuitkering vrijwilligerswerk laten doen. De stad Antwerpen onderzoekt hoe ze mensen met een leefloon onkruid kan laten wieden. In beide steden wil men verdere stappen zetten in het activeren van mensen met een bijstandsuitkering. Dat een overheid meer moet doen dan mensen een uitkering geven, is in de actieve welvaartsstaat verworven. Mensen kansen geven en begeleiden naar integratie op de arbeidsmarkt kan een cruciale hefboom voor emancipatie. Maar activering heeft soms ook een keerzijde: mensen dwingen in jobs die voor hen niet geschikt zijn (omdat bv. hun gezondheid het niet toelaat) of ze onvoldoende begeleiden kan hen ook dieper in de put helpen.
Volgens huidig schepen en voormalig vakbondsman Guy Lauwers “kampen een aantal stedelijke diensten regelmatig met een tekort aan personeel. En dat terwijl veel mensen werkloos thuiszitten met een leefloon. Wat we willen doen, is bij hoge nood leefloners inzetten waar nodig. En de stedelijke groendienst is daar een mooi voorbeeld van.” Een concreet voorstel ligt in Antwerpen nog niet op tafel. Voor een definitief oordeel is het dus nog te vroeg. Maar als de stad dit verder wil onderzoeken, houdt ze best vijf sociale basisregels voor ogen. Het maakt immers een wereld van verschil of men onkruid of armoede wil bestrijden.
1. Ken je sociale geschiedenis. In de 19de eeuw legden dwangarbeid op, om mensen te disciplineren in de fabriek te gaan werken bij de opkomst van het kapitalisme. Het recht op leefloon en op maatschappelijke integratie daarentegen vormen het sluitstuk van een welvaartsstaat die uit een emanciperende traditie stamt. Activeringsbeleid moet op die emanciperende traditie blijven voortbouwen.
2. Creëer duurzame jobs op maat. Leefloners als dagloners inschakelen om de gaten in het normale personeelsbeleid van de groendienst op te vangen, is dat niet. Maar investeren in sociale economie-projecten en mensen zo delen van het groenonderhoud laten verzorgen door mensen met een volwaardig (sociaal) arbeidscontract, is wel een verdedigbare piste. Toch zijn ook hier grenzen. Zo botsen steuntrekkers met een art. 60-contract van het OCMW na een aantal maanden tewerkstelling al te vaak op het einde van hun contract, en vallen ze terug op werkloosheid, niet op een duurzame job.
3. Verdring geen reguliere jobs. Dat de stedelijke groendienst vandaag niet alles rondkrijgt, heeft meer te maken met de aanhoudende daling van het aantal reguliere personeelsleden aan de stad dan met pesticide-richtlijnen. Dat los je niet op met leefloners.
4. Onderschat nooit de begeleidingskost. Sociale werkgelegenheid vraagt investeren in mensen: in toeleiding, in opleiding, in Nederlands op de werkvloer, in dagelijkse begeleiding op de werkvloer en eventueel in toeleiding naar reguliere jobs. Anders werkt het niet en help je de betrokkenen evenmin vooruit.
5. Hou je basisvoorzieningen draaiende. Leefloners onkruid laten wieden, zelfs met een goed contract, lost het financieel tekort van het OCMW niet op. Na de besparing van meer dan 30 miljoen euro van het Antwerpse stadsbestuur op het OCMW-budget begin dit jaar, raakt het Antwerpse OCMW de volgende maanden stevig in het rood. De armoede stijgt verder door de crisis en er is een geleidelijke instroom van mensen die – met veel vertraging – stilaan geregulariseerd geraken. Maar ideeën lanceren om leefloners onkruid te laten wieden, op een moment dat de stad weigert voldoende geld uit te trekken om het OCMW zijn kerntaak te laten doen, is op zijn minst tegenstrijdig te noemen. Anderen noemen het misschien zelfs cynisch. Leefloners op een sociaal verantwoorde manier kansen geven vereist alleszins dat men eerst het OCMW de noodzakelijke middelen geeft om haar basistaken op te nemen, wat vandaag in Antwerpen niet langer gegarandeerd is.
Het lijkt er steeds meer op dat Antwerpen op een sociaal kruispunt staat. Financieel snijden de asociale besparingen in de dagelijkse werking van het OCMW en worden ze met de dag minder onhoudbaar op het sociale veld. Met de huidige – blijkbaar nog niet uitgewerkte - voorstellen balanceert de stad op een slappe koord. Wil ze investeren – en dus middelen vrijmaken - in goed omkaderde sociale tewerkstelling, met jobs op maat, ondermeer in de groenvoorziening? De poetsploegen van de Witte Tornado’s, het buurtbedrijf Manus, de sociale restaurants van vzw CAS of de vele projecten van zogenaamde derden als Levanto of Werkvormm bieden dan een goede basis om op verder te bouwen. Dat vereist meer middelen voor sociaal beleid, en het terugschroeven van de onhoudbare besparingen op het OCMW. Anders lijkt onkruid bestrijden eerder een manier om te wieden in het aantal steuntrekkers en te besparen op uitkeringen. In dat geval wordt activering uitsluiting en zetten we grote stappen achteruit, ook in onze sociale geschiedenis. Koploper in duurzame activering, of koploper in sociale afbraak: die keuze zal men in Antwerpen de volgende weken moeten maken. In de huidige crisistijd laat men daar best geen gras over groeien.

