Steeds meer studenten kloppen bij het OCMW aan om hun studies te financieren, schrijft De Standaard vandaag. Het is een evolutie die ook in het Antwerpse OCMW terug te vinden is. In Vlaanderen klopten vorig jaar maandelijks gemiddeld 2.234 studenten aan bij het OCMW om hun studies te financieren. Dat is meer dan een verdubbeling tegenover 2003, toen er nog maar 992 leefloonstudenten per maand waren. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest steeg het aantal van 734 in 2003 naar gemiddeld 2.342 vorig jaar. Vooral in grote steden is het aantal leefloonstudenten groot. Dat blijkt uit cijfers van de overheidsdienst Maatschappelijke Integratie.

In principe valt het betalen van levensonderhoud en studies onder de onderhoudsplicht van de ouders. Als zij die verplichting niet nakomen, en jongeren zijn behoeftig, kan het OCMW een leefloon uitkeren. Het OCMW voert dan een onderzoek om te bepalen of je bestaansmiddelen ontoereikend zijn. Als hij aanvaard wordt, moet de leefloonstudent zich houden aan een ‘geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie', een soort contract waarin afspraken staan.

Leefloon toekennen aan alleenwonende studenten is een bijzondere vorm van leefloon./ Het kan niet de bedoeling zijn van de OCMW’s om aan alle studenten een leefloon toe te kennen; Ouders dragen verantwoordelijkheid ten aanzien van hun studerende kinderen, ook wanneer ze om diverse redenen niet meer thuis wonen; Anderzijds mogen jongeren niet de dupe worden van problemen thuis. Jongeren de kans geen hun studies af te werken met een beperkte financiële bijstand, is één van de hefbomen om ze voor de rest van hun leven meer kansen te geven, en ze dus uit armoede te houden.

Misschien moeten we de stijging dus niet alleen negatief bekijken. Het laat zien hoe OCMW’s jongeren kansen geven, om vaak in moeilijke omstandigheden toch een diploma te halen. Voor een deel is dat preventief werken. En kan het een hele beperkte bijdrage leveren aan de democratisering van het (hoger) onderwijs. Want vandaag bepaalt de sociale achtergrond, het gezin waarin kinderen en jongeren opgroeien, nog veel te veel de kansen van die kinderen en jongeren. Terwijl niet de sociale achtergrond, maar alleen de persoonlijke capaciteiten de onderwijskansen zouden mogen bepalen. Dus laat de OCMW’s waar nodig daar maar een (hele kleine) correctie aanbrengen.