Gisteren was er een bijzonder boeiende lezing van Harry Kunneman in de Masteropleiding sociaal werk van de universiteit Antwerpen. Volgens Harry Kunneman kent onze geïndividualiseerde en welvarende samenleving de opmars van het dikke-ik. Deze eigentijdse figuur openbaart zich in de openbare ruimte: in het verkeer, in treinen, in voetbalstadions, op straat, in wacht- en spreekkamers en in talloze tv-programma’s. Maar ook op het niveau van de locale en landelijke politiek en binnen het bedrijfsleven voelt het dikke-ik zich thuis in de gedaante van zich dik makende politici en zelfverrijkende managers.

Het dikke-ik neemt wat het nodig denkt te hebben en dat is heel wat. Het wil niet alleen steeds meer consumeren maar eist ook erkenning van zijn handelingsvrijheid en respect voor zijn hoogst individuele opvattingen en verlangens. Dit leidt tot voortdurende wrijvingen met anderen, waardoor het dikke-ik verwikkeld is in een permanente concurrentie- en prestatieslag.

De opmars van het dikke-ik manifesteert zich volgens Kunneman op drie niveaus: op persoonlijk niveau, op het niveau van groepen en organisaties en ten slotte op het niveau van de planeet waar de menselijke soort zozeer uitdijt en zoveel rotzooi om zich heen verspreidt, dat de mogelijkheid van catastrofale ontwikkelingen opdoemt.

De verleiding tot dikke-ik gedrag valt in de eerste plaats te begrijpen vanuit alle verleidingen die de postindustriële consumptiemaatschappij voor steeds meer mensen produceert. Consumptieve overdaad is de kern van het leven van vele mensen. Wat dat betreft komt spoort het boek van Kunneman tot dezelfde besluiten en kritieken als 'We consumeren ons kapot'.

Wat moeten wij nu doen om voorbij dat dikke-ik te komen? De toenemende welvaart lijkt eerder een honger naar meer te stimuleren dan tot tevredenheid te leiden. Het dikke-ik is welvaren én ontevreden. Is een bestaan dat vooral uit presteren, concurreren en consumeren bestaat, in een samenleving die verhardt, alle moeite wel waard? Is dit het beste wat wij onszelf en toekomstige generaties te bieden hebben?

Harry Kunneman maakt bewust waar wij mee bezig zijn en wat de oorzaak is van onze onbegrensde behoeften en ontevredenheid. Hij reikt ons bouwstenen aan voor een zinvol en menswaardig leven in deze postindustriële samenleving waarin het dikke-ik zijn opmars voortzet. In naam van welke waarden kunnen de autonomie en onverzadigbaarheid van het dikke-ik in het dagelijks leven begrenst worden zonder diens eigenheid geweld aan te doen? Deze vraag beantwoordt hij vanuit een kritisch-humanistisch perspectief met behulp van de begrippen diepe autonomie, horizontale transcendentie, normatieve professionaliteit en maatschappelijk verantwoord organiseren. En bij dit alles hebben maatschappelijk werkers en welzijnsorganisaties een cruciale rol en een laboratoriumfunctie, besloot Kunneman gisteren voor de studenten sociaal werk. Een boodschap om mee te nemen.

Meer lezen? Zie Harry Kunneman, Voorbij het dikke-ik, Uitgeverij SWP (Amsterdam), 2005, 287 p., of een beknopte samenvatting op de webstek van Liberales.