Rector, decanen en proffen UA dringen aan op sterk VN-klimaatverdrag

Nieuwe commentaar toevoegen

De Universiteit Antwerpen steekt vandaag terecht haar nek uit en kiest kant voor klimaat, in een opiniestuk in De Morgen ondertekend door Alain Verschoren (rector van de Universiteit Antwerpen) en vele academici. Als gastdocent heb ook ik de tekst mee onderschreven. U vindt de wetenschappelijke oproep hieronder:

“De mogelijke mislukking van de Kopenhaagse klimaattop doet het professorenkorps van de Antwerpse universiteit collectief kant kiezen. 'De wetenschap is duidelijk, de technologie is voorhanden en we hebben het vooruitzicht op een betere gezondheid en een hogere levensstandaard', klinkt het in deze opmerkelijke oproep tot politiek handelen.
De aanstaande klimaattop van de Verenigde Naties in Kopenhagen is voor academici van de Universiteit Antwerpen de aanleiding om naar buiten te treden met een dringende oproep. Het aangekondigde falen van de onderhandelingen in Kopenhagen stemt tot grote ongerustheid. Het lijkt er immers op dat de aanpak van de best gedocumenteerde ecologische en sociale crisis opnieuw uitgesteld zal worden. Hiermee verliezen we kostbare tijd, maar ook handenvol geld. Het terugdringen van de CO2-uitstoot is nochtans in wezen een eenvoudige opdracht. De wereldwijde vernietiging van ecosystemen en biodiversiteit een halt toeroepen is van een heel andere orde. De grootste verbeeldingskracht en een enorme collectieve inspanning zijn nodig om te komen tot een meer ecologische, sociale én rechtvaardige maatschappij.
Dat de massale verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing een grote invloed hebben op het klimaat en op het ecosysteem aarde staat niet meer ter discussie. De consensus die binnen de wetenschap al jaren geldt, lijkt inmiddels doorgedrongen tot de internationale politieke gemeenschap. Dit is grotendeels de verdienste van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat hiervoor in 2007 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Sinds 1989 bestudeert en rapporteert het IPCC de klimaatverandering en de potentiële ecologische en sociaaleconomische gevolgen ervan. De IPCC-rapporten zijn het resultaat van een wetenschappelijke krachttoer: meer dan 2.500 wetenschappers uit talrijke disciplines werken er actief aan mee.
Zonder krachtdadig ingrijpen zal de uitstoot van broeikasgassen in -de komende decennia nog toenemen en wordt het risico op abrupte en onherstelbare veranderingen op wereldschaal steeds groter. Terugkoppelingen in het klimaatsysteem zorgen ervoor dat zelfs bij een onmiddellijke stop op de uitstoot van alle broeikasgassen de negatieve gevolgen nog eeuwenlang doorwerken. Bovendien zijn die gevolgen ongelijk verdeeld. Cynisch genoeg bevinden de meeste slachtoffers van klimaatverandering zich in het zuiden, hoewel zij er het minst verantwoordelijk voor zijn.
Toch, de IPCC conclusies bevatten ook goed nieuws. Het is namelijk eenvoudig om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De technologie daarvoor is beschikbaar, of kan dat snel zijn. Er is ook geen gebrek aan mogelijke beleidsmaatregelen die snel resultaten kunnen opleveren. Onder meer overheidsinvesteringen, productnormering, verplichtende wetgeving en doelgerichte belastingen hebben hun diensten al bewezen in het publieke domein. Daarbij komt dat krachtdadige actie positieve neveneffecten zal hebben op de levenskwaliteit, bijvoorbeeld doordat de luchtkwaliteit verbetert.
Het invloedrijke Sternrapport over de economie van klimaatverandering (2006) toonde helder aan dat de klimaatverandering veel geld zal kosten. Extra dijken zijn duur en de extremere weersomstandigheden zullen veel schade aanrichten. In veel streken zullen landbouwopbrengsten dalen met een inkomensverlies tot gevolg. Economisch onderzoek leidt vandaag tot dezelfde conclusie: het is goedkoper om verdere klimaatverandering te vermijden, dan om later de negatieve gevolgen het hoofd te bieden. Daarbovenop komt dat verschillende maatregelen netto cash opleveren. Positieve neveneffecten op het leefmilieu en de volksgezondheid werken immers kostenbesparend. En de energieverspilling die op dit moment jammer genoeg de norm is, is ook geldverspilling.
Dus waarop wachten we? De wetenschap is duidelijk, de technologie is voorhanden en we hebben het vooruitzicht op een betere gezondheid en een hogere levensstandaard. De klimaatverandering is helaas slechts een onderdeel van de nefaste impact van menselijk handelen op het ecosysteem aarde. Overbevissing, overmatig watergebruik en de verspreiding van artificiële chemicaliën zijn maar enkele oorzaken van de wereldwijde vernietiging van ecosystemen en het verlies aan biodiversiteit. Het Millenium Ecosystem Assessment (2005) doet haarfijn uit de doeken wat dit betekent voor het menselijk welzijn. Recent werd dit werk aangevuld met een vertaling naar de effecten ervan op de economie. Beide rapporten maken duidelijk dat mens en economie direct afhankelijk zijn van de ecosystemen en van de biodiversiteit. De ecosystemen voorzien ons niet enkel van voedsel, zoet water, hout, vezels, brandstof en medicijnen, ze reguleren ook het klimaat, beschermen ons tegen overstromingen en vormen de zuiverende schakel in de waterkringloop. Kortom, ze vormen de basis voor alle leven op de planeet.
Dit inzicht is niet nieuw, maar de laatste jaren is de kennis over de gevolgen van de vernietiging van ecosystemen met sprongen vooruit gegaan. Dringende actie is noodzakelijk. Zij die een doortastende actie tegenhouden (bewust of onbewust, uit eigenbelang of incompetentie) dragen een verpletterende verantwoordelijkheid. De verwezenlijking van sociale en economische veranderingen om een duurzame maatschappij op te bouwen binnen de ecologische randvoorwaarden wordt een mijlpaal in de geschiedenis van de mensheid. Dit vereist het beste van de mens: verbeelding en daadkracht. Gecombineerd met een uitdrukkelijk streven naar sociale en ecologische rechtvaardigheid kan dit de basis vormen van het collectief enthousiasmerend project van de komende decennia, dat de kracht, kennis en energie van miljoenen mensen samenbrengt.”

Alain Verschoren, rector UA, en UA-decanen Ria Janvier (Pol. en Sociale Wet.), Herwig Leirs (Wetenschappen), Karel Soudan (TEW), Gert Straetmans (Rechten), Bruno Tritsmans (Letteren en Wijsbegeerte), Frans Van Meir (Farmaceutische, Biomedische en Diergeneeskundige Wet.). Deze tekst wordt onderschreven door proffen uit alle disciplines.

Meer informatie over de klimaatweek op UA en de volledige lijst ondertekenaars vindt u hier.

Stad Antwerpen bespaart op armoedebeleid

Nieuwe commentaar toevoegen

Onbegrijpelijk en asociaal, dat is het minste wat je kan zeggen van de begroting van de stad Antwerpen, die volgende week ter discussie ligt op de gemeenteraadscommissies. Het Antwerpse stadsbestuur vermindert voor 2010 haar bijleg aan het OCMW met bijna 3 miljoen euro (2.915.488 euro om precies te zijn, of bijna 120 miljoen oude Belgische franken). Deze bezuiniging is een lineaire besparing van 2,75% voor alle stadsdiensten, dus ook voor het OCMW.

In het Antwerpse bestuursakkoord van de ploeg van Patrick Janssens komt het woord ‘armoede’ niet voor. Dat was begin 2007 reeds veelzeggend. Nu is het datzelfde stadsbestuur blijkbaar ontgaan dat er sinds enige tijd een nogal zware economische crisis woedt. De maatschappelijke werkers bij het OCMW voelen die nochtans iedere dag. De crisis laat zich voelen bij het Antwerpse OCMW, schreef ik in september nog. Het voorbije jaar moesten in Antwerpen bijna 1.000 extra mensen aankloppen voor financiële steun. De stijgende armoede in onze stad vereist middelen, bijvoorbeeld om het stadsdeel van de leeflonen te betalen. Of om voldoende maatschappelijk werkers te kunnen aanwerven om de stijgende werklast aan te kunnen. Of om te investeren in nieuwe sociale initiatieven, zoals taalopleiding, sociale restaurants, arbeidszorg, … Of om de stijgende groep mensen met energieschulden verder te helpen. En eigenlijk, voor al deze initiatieven tegelijk.

En er komt de volgende maanden nog meer werk voor het OCMW. De laatste weken moet het OCMW van Antwerpen mee de gevolgen opvangen van het federale wanbeleid van Fedasil. Door een gebrek aan opvangplaatsen bij Fedasil worden mensen na 4 maanden in een opvangstructuur naar de stedelijke OCMW’s gestuurd om financiële steun aan te vragen. In 2010 zullen bovendien ook een aantal van de geregulariseerden nood hebben aan begeleiding door het OCMW. Hen zo snel mogelijk helpen om verder in te burgeren, Nederlands te leren en aan de slag te raken is broodnodig, maar vereist middelen.

Kortom, je zou verwachten dat een sociaal stadsbestuur dat het bij besparingen sociale keuzes durft maken, en prioriteiten legt. Wat minder geld voor communicatie bijvoorbeeld, wat meer voor de sociale noden. Ik gun ook alle stadsambtenaren betere werkruimte van harte (velen werkten in volstrekt verouderde kantoren). Maar terwijl de rekening voor de nieuwe infrastructuur in de Bell alsmaar oploopt, bespaart dit stadsbestuur lineair, ook op sociaal beleid. Zelfs het bestuursakkoord wordt een vodje papier, want ook de vergrijzingsindex valt onder de besparingen. Hiermee moesten OCMW en Zorgbedrijf de toenemende zorgnoden door de vergrijzing in onze stad opvangen. Willen die ouderen hun stijgende zorgnoden volgend jaar dan ook met 2,75% beperken…?

Door de besparingen van de stad heeft het OCMW amper of geen ruimte voor noodzakelijke nieuwe initiatieven. Gelukkig kiest de OCMW-raad er tot nu toe niet voor om de bestaande dienstverlening af te bouwen. Meer nog: het OCMW probeert het hoofd te bieden en voorziet middelen voor de stijgende armoede, de stijgende energieschulden en de regularisatie. En dus stijgt het voorziene tekort in het OCMW-budget van 2010 drastisch, tot bijna 30 miljoen euro (29.887.667,18 euro om precies te zijn). Want een sluitend OCMW-budget voorleggen als de sociale noden sterk stijgen en de stadsbijleg daalt, is onmogelijk. Bovendien is dit tekort reeds het resultaat van een zuinig beleid, van interne bezuinigingen door meer efficiëntie en van het schrappen van nieuwe projecten. Het OCMW probeert haar wettelijke opdracht uit te voeren: leefloon verstrekken aan wie behoeftig is, energieschulden behandelen op het LAC, via het zorgbedrijf een ouderenbeleid voeren, ook asielzoekers en geregulariseerden in onze stad een menswaardig bestaan laten leiden, mensen via activering opnieuw de kans geven aan het werk te gaan, en nog veel meer taken.

Eigenlijk draait de stad zichzelf in haar begroting een rad voor de ogen. De stadsbijleg verminderen op een moment dat het OCMW niet anders kan dan meer uitgeven omdat de sociale noden stijgen, is niet alleen asociaal, het is ook budgettair kortzichtig en onverstandig. Eigenlijk debudgeteert de stad, en verschuift ze de financiële problemen naar 2011, wanneer we de rekening van het volgende jaar zullen kennen.

Daarom wil ik als OCMW-raadslid een oproep doen aan de gemeenteraadsleden van de meerderheid: voer een open debat over het gebrek aan sociale keuzes in deze begroting. Vraag de cijfers over de toenemende armoede de voorbije maanden eens op. Praat eens met uw partijgenoten in de OCMW-raad. En probeer dan het college te overtuigen om een sociaal verantwoorde stadsbegroting te maken. Met meer middelen als de armoede stijgt. Want wat nu voorligt, is onze metropool onwaardig.

PS. Nog een vraagje aan het schepencollege en de gemeenteraad. In 2010 is het Europees jaar voor de bestrijding van de armoede. Hoe past de vermindering van de stadsbijleg voor het OCMW daarin?

Medeplichtigheid

Nieuwe commentaar toevoegen

Gisteren 'Das Leben der Anderen' gezien op Canvas, en nog steeds een beetje onder de indruk. Een film die aan het denken zet, die zich vastzet in je hoofd. Over de onmenselijkheid van de stasi-praktijken en het belang om vrij te kunnen denken en schrijven natuurlijk. Over verraad en het belang van schoonheid en kunst als tegengif. Maar ook over... medeplichtigheid.

Wat de film zo pakkend maakt, is de worsteling van ieder van de hoofdpersonages met medeplichtigheid. Van Georg Dreyman als toneelauteur, die door zelfcensuur mag werken voor het DDR-regime, maar tegelijk verdachte is en geleidelijk kiest voor het verzet. Van zijn partner Christa-Maria Sielandt, die tegelijk minnares van de minister is en uiteindelijk tot informante van de Stasi wordt gedwongen. Maar het meest intrigerende was de evolutie van stasi-officier Gerd Wiesler. In het begin zien we hem als een medogenloze instricteur en ondervrager. Doorheen zijn afluisterpraktijken zien we zijn twijfel en zijn sympathie voor zijn afluisterobjecten groeien, tot hij uiteindelijk de auteur in bescherming probeert te nemen door het bewijsmateriaal te laten verdwijnen. De tragiek en het menselijke van HGW XX/7.

Worstelingen met medeplichtigheid aan het systeem. Het zou te gemakkelijk zijn om die vraag alleen maar een totalitaire regimes en stasi-praktijken te koppelen. Eigen aan de risicomaatschappij - schrijft de Duitse socioloog Ulrich Beck - is dat steeds meer mensen en organisaties risico's goedpraten en legitimeren waarvan we de impact amper of niet onder controle hebben. Of het nu financiële crisissen of klimaatcrisisssen zijn. Of neem de manier waarop we met armoede omgaan, als politici, als onderzoekers, als maatschappelijk werkers. Wanneer verdrukt de systeemlogica het individu? Het maakt 'Das Leben der Anderen' ook anno 2009 brandend actueel...

een leestip in afwachting van de klimaattop

Nieuwe commentaar toevoegen

Nog enkele weken, en de wereld-klimaat-top in Kopenhagen vindt plaats. De beslissingen daar zijn cruciaal voor de toekomst van onze planeet. Een een gebrek aan beslissingen evenzeer.

Het gevoel van dringendheid lijkt echter stilaan plaats te maken voor de klassieke politieke debatten. Wij willen alleen maar als ook de anderen, als wij dit doen, dan moeten ook, ... Ondertussen tikt de klok. Misschien zou het goed zijn moesten alle betrokkenen nog eens de wetenschappelijke rapporten van het IPCC en zovele andere instanties doornemen.

Eén leestip is alvast het pas verschenen boek 'Terra Reversa. De transitie naar rechtvaardige duurzaamheid' van Peter Tom Jones en Vicky De Meyere. Zij laten ons zien dat we als mensheid hopeloos vastlopen, maar ook hoe we het roer kunnen omgooien. Niet de problemen staan centraal in Terra Reversa, maar de oplossingen. De auteurs bespreken nieuwe veranderingsmodellen zoals transitiemanagement en het 4E-model, en integreren die in een nieuwe visie op de omschakeling naar een ander samenlevingsmodel: een sociaal-rechtvaardig, ecologisch duurzaam en economisch stabiel model. Na de analyse van de sociaal-ecologische crisis in Terra Incognita (2006) toont Terra Reversa de weg naar een Green New Deal XL.

Reële oplossingen voor de complexe vraagstukken van vandaag zijn geen utopie, op voorwaarde dat we bereid zijn de platgetreden paden te verlaten. Terra Reversa is een wervend pleidooi voor een andere samenleving, waar levenscomfort, rechtvaardigheid, ecologische duurzaamheid en zinvolle werkgelegenheid centraal staan. Ideale lectuur voor deze warme nazomerweek, begin november.

Colofon: isbn: 9789064455438 · 2009 - co-editie met Uitgeverij Jan Van Arkel · paperback (13,5 x 21,5 cm) - 360p. · prijs: € 14.95

Meer info op www.petertomjones.be

Als we nu eens lang wapperden over wonen

Nieuwe commentaar toevoegen

Een kleine 11.000 gezinnen kunnen hun huur niet meer betalen, berichtte De Morgen gisteren. Ook worden steeds meer klanten geschrapt bij hun elektriciteitsleverancier. 'Alle onbetwistbare signalen belanden stelselmatig in de beleidsdoofpot', schrijft Luc Goossens vandaag in een opiniestuk in De Morgen. Het lezen meer dan waard:

“Het siert de koepel van Vlaamse gemeentebesturen en OCMW's (VVSG) dat ze aan de alarmbel trekt en signaleert dat steeds meer gezinnen in het rijke Vlaanderen, ook binnen de middenklassen, vechten voor hun thuis. Laat ons nu maar hopen dat onze overheid eindelijk ook oor krijgt voor die noodkreet. Want nieuw is het signaal allerminst. In opdracht van de Vlaamse regering leveren universitaire studiecentra onafhankelijk van elkaar al tientallen jaren onderbouwde onderzoeksrapporten af die in eenklank heel precies de pijnplekken van ons woonbeleid in beeld brengen.

Tot vandaag moeten we echter constateren dat al die onbetwistbare signalen stelselmatig in de beleidsdoofpot belanden en dat Vlaanderen niet een serieuze poging onderneemt om uit het oude unitaire vaarwater te komen. Waarover gaat het? Sinds de eerste wet op de volkshuisvesting van 1889 zweren alle overheden en politieke partijen bij een woonbeleid dat individueel woningbezit aanmoedigt. Daar is op zich niets verkeerd mee als het maar niet ten koste gaat van alle bewoners die ondanks de massale overheidssteun nooit eigenaar kunnen worden. En dat is nu uitgerekend wel het geval. Het leeuwendeel van de federale en regionale overheidsmiddelen voor wonen blijft nu al exact 120 jaar gereserveerd voor eigendomsverwerving. 75 procent van de Belgische gezinnen woont zodoende vandaag in zijn eigen huis. Dat zou een mooi en eerbaar resultaat heten als het niet ten koste ging van de woonkwaliteit van honderdduizenden zwakke en kwetsbare huishoudens. Die zijn vandaag aangewezen op een onverantwoord beperkte sociale huursector (5,5 procent van de woningmarkt) en op de private huursector (20 procent van de woningmarkt) waarvan de overheid sinds jaren weet dat de gemiddelde woningkwaliteit minstens bedenkelijk is. Huurders op de private woningmarkt wonen dus veelal niet alleen ondermaats, ze worden ook zogoed als vergeten door de overheid en zijn bovendien het slachtoffer van een sterk liberale huurprijsvorming. Huurders betalen met andere woorden al lang (veel) te veel voor (veel) te slechte kwaliteit.

Dat onze overheden en politieke partijen unaniem doof blijven voor de woonnood van uitgerekend de zwakste medeburgers is minder verbazend dan men op het eerste gezicht zou veronderstellen. Allereerst is er de macht der gewoonte in hoofde van de beleidsverantwoordelijken, nog versterkt door de ruime verwachtingen rond overheidssteun bij de eigenaars en kandidaat-eigenaars. Maar omdat Vlaanderen in wezen maar ook cijfermatig een middenklassensamenleving is, manifesteren alle politieke partijen ook een electorale afweerreflex wanneer hen gesuggereerd wordt het overheidsbudget voor wonen te herschikken ten voordele van de zwakste bewonersgroepen, dus zeg maar vooral ten bate van de huurders. Ze vrezen namelijk dat de klasse van de (virtuele) woningbezitters zich in het stemhokje zal revancheren op wie voorstelt hen met minder overheidssteun te verwennen. Onlangs is een aanzet tot zo'n reactie overigens erg concreet aan de oppervlakte gekomen naar aanleiding van de plannen van minister voor Wonen, Freya Van den Bossche, om de riante Vlaamse renovatiepremie "in minder elitaire zin" te hervormen: Open Vld noemt de aangescherpte renovatiepremie "een besparing op de kap van werkende gezinnen".
De Vlaamse renovatiepremie illustreert overigens de blijvende steun die eigenaars als woningbezitters blijven genieten, ook na de fase van de eigendomsverwerving. Denk bijvoorbeeld aan de vele tegemoetkomingen die vele overheden voor energievriendelijke woninginvesteringen veil hebben en die bijna exclusief voor woningbezitters gereserveerd blijven. Omgekeerd moeten kleine groepen huurders vrede nemen met amper 5,5 procent sociale huurwoningen en met huursubsidies die naam niet waardig.
Zelfs wie niet gevoelig is voor rechtvaardigheid en sociaal geïnspireerde herverdelingsargumenten moet toch wel in gedachte kunnen nemen dat de gevolgen van slecht wonen de betrokken huishoudens, maar ook de samenleving als geheel met onnodig veel extra kosten opzadelt: slecht wonen maakt ziek en leidt bijgevolg tot vermijdbare kosten en uitgaven voor werkverlet, gezondheidszorgen en socialezekerheidsuitgaven. Slecht wonen leidt voor de betrokken kinderen tot minder goede schoolresultaten met alle bijbehorende gevolgen, onder meer bij de inschakeling op de arbeidsmarkt en uiteindelijk zelfs in verband met het fenomeen van de generatiearmoede. Slecht wonen leidt tot te hoge energierekeningen, te hoge CO2-uitstoot, klimaatopwarming,... Slecht wonen leidt tot gespannen relaties binnen de getroffen gezinnen. En noem maar op.

Redenen te over dus om het Vlaamse woonbeleid een totaal andere koers uit te sturen. Zeker gezien de huidige, precaire overheidsfinanciën is het 'waarschijnlijk' politiek niet realistisch om meer middelen voor wonen te bepleiten. Maar binnen het daarvoor beschikbare overheidsbudget werk maken van een herschikking ten voordele van de zwakste bewoners, dat moet wel op de politieke agenda komen. En dan vormen de (te berekenen) maatschappelijke kosten van slecht wonen mogelijk een doorslaggevend argument.
In dat verband zit de politieke constellatie vandaag goed: de sp.a levert de zittende Vlaamse minister voor Wonen en mevrouw Van den Bossche heeft in de korte periode die haar tot nog toe is gegund al minstens twee keer duidelijk gemaakt dat ze wonen op een sociaal verantwoorde manier wil bijsturen. Maar bovendien moet ze beslist kunnen rekenen op haar eigen partij, die onlangs heeft laten verstaan de kleine man opnieuw en uitdrukkelijk als politieke doelgroep te willen omarmen. Zeker nu de crisis en de armoede ook de meer bescheiden middenklassen aanwijsbaar treffen, kan die herijking van de socialistische idealen trouwens electoraal ook nog lonend blijken. In alle ernst gaan we er in elk geval ook vanuit dat zeker ook de ACW-vleugel van CD&V in een woonbeleid 'sociale stijl' ver zal willen meestappen.

Hoe dan ook, het wordt hoog tijd dat er rond wonen opnieuw wat zwaait. Hoe belangrijk het Oosterweeldossier ook mag zijn, ook het woondossier betreft heel Vlaanderen en grijpt diep in op de dagelijkse leefomstandigheden van een deel van de bevolking dat dat van de stad Antwerpen ruimschoots overtreft. Bedenk trouwens dat de dringend noodzakelijke woninginvesteringen in veel economische sectoren ook voor behoorlijk wat bijkomende werkgelegenheid borg kunnen staan. Als we nu ook eens lang wapperden over wonen?”

Luc Goossens is huisvestingsspecialist van de Universiteit Antwerpen, waar hij deel uitmaakt van de Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad (Oases).