Onzekerheid in tijden van staking

Nieuwe commentaar toevoegen

Vanavond in Terzake interviewde Kathleen Cools voormalig minister en huidig professor aan Frank Vandenbroucke. Ze vroeg: “Onderschatten we die onzekerheid, waardoor er veel angst is?”

Frank Vandenbroucke was duidelijk: “Ik denk het wel. Dé politieke hamvraag van deze tijd draait eigenlijk rond onzekerheid, of het nu gaat om de financiële markten, de ondernemerswereld, maar ook de mensen. Het is onzekerheid wat heerst en het is onzekerheid die - denk ik - ook knaagt in de samenleving.”

Voor een verdere analyse van een onzekerheid, zie de derde, geactualiseerde druk van onzekerheid. Over leven in de risicomaatschappij.

Het huis van honing en melk

Nieuwe commentaar toevoegen

Op deze gedichtendag, nog altijd één van de meest pakkende teksten over de stad en haar verborgen inwoners, van Ramsey Nasr...

Het huis van honing en melk

De vrouw op het statige Zuid bestaat niet. Overdag begraaft ze zichzelf.
Ze huurt de seconden en uren af in een dure onzichtbare stad.
Het huis dat de vrouw bewoont bestaat niet. Ik weet waar. In deze straat
ligt het stiltegebied van de woondienst, een gat gevuld met kamers.

De vrouw, die het huis niet verlaat, maanbleek en onderkomen is,
woont niet echt in een goor donker hol achter de Volksstraat.
Zoiets kan niet, dat bestaat niet. Ze woont niet echt, maar alsof.
Dit verheldert de zaak: ongeldige vrouw heeft zich als nacht verstopt.

De vrouw met man en vier kinderen heeft geen recht op honger,
geen reden tot licht, elektro of warm water. Ze mag niet klagen.
Ze mag hier niet werken zolang ze niet bestaat. En vooral vice versa.
Tot die tijd moet ze weg. Het systeem werkt m.a.w. perfect.

De kinderen - één, twee, drie, vier – de kinderen zijn net echt.
’s Nachts niet, dan slapen ze tussen strontlucht en kakkerlakken
samen op de vochtige grond. Niet echt: ze doen alsof. In elk geval
zie ik er ’s ochtends drie naar een propere school vertrekken.

Die school bestaat. Vrienden van mij sturen hun dochter ernaartoe.
De school heeft een naam, een stedelijk goede naam op ’t Zuid.
De school treft geen blaam. Men zag er drie kinderen in een klas
elke dag hun ogen stijf toeknijpen, niemand wist wat het was.

Het was het zonlicht. Vier kinderen groeien, nogmaals, op in een hol.
Eén dochter heet Noer, zij werd zes in het donker. Ze spreekt Vlaams.
Noer bestaat, ze is een illegaal halflicht met de zieke ogen van een mol,
de natte longen van een zeehond en een hart dat ze hier heeft opgedaan.

Er is ook een weldoener. De weldoener bezit het huis dat niet bestaat.
Zonder hem geen ongedierte, monoxide of kans op ontploffing op ’t Zuid.
Ontploft de boel, dan verbrandt misschien het gezin, maar ook het huis.
Daarom vraagt de weldoener geld. Om wel te kunnen blijven doen.

Weldoeners weten: elke mens is een vierkante meter, elke meter
een luxeleven voor wie weinig excuus of geen enkel bezit.
Weldoeners lichten op in de duisternis. Ze verhuren een aambeeld
om in te wonen. Slaan erop totdat het bloost. Tot het bloost als een matras.

Antwerpen, gij zijt een schone stad, gevuld met onzichtbare wanhoop.
De huurders van uw paradijs zochten hogere honing en appelspijs.
Men gaf ze bittere bijen te eten, loodwitte melk. Nog bleven ze bij u.
Zegt gij het dan. Wat moet een mens met zijn vreemden aanvangen?

Antwerpen zeg ons, wat doen wij straks als de kakkerlakken zijn bekeurd,
de gaten in hechtenis genomen, de schimmels bewaard voor het archief?
Wat doen we met het overschot? Wat doen we met kind 1, 2, 3 & 4?
Ze zijn volledig opstapklaar. Gelukkig bestaan er formulieren.

’t Is goed in de eigen stad te kijken. Ook wij willen weldoen. Wij willen
onze illegalen tellen, namen geven en ingeburgerd wegsteken in een cel,
een hol met hek. Maar zèg dat dan gewoon. Spreek helder Vlaams en zeg:
duik in vogelvrije vlucht omlaag, omlaag naar het licht van de Schelde.

Ramsey Nasr, Antwerpse stadsgedichten, 2005.

Interculturaliseer sociaal cultureel werk

Nieuwe commentaar toevoegen

Vanmorgen stelde de federatie Sociaal Cultureel Werk 'Boekstaven 2011' voor, een mooi visitekaartje van het erkende en/of gesubsidieerde volwassenenwerk in Vlaanderen. Zo'n visitekaartje is nodig, want de sector ligt onder besparingsvuur. Nochtans is er in een snel veranderende risicomaatschappij juist nood aan meer vorming en bewegingswerk, en niet aan minder. Reflexieve burgers krijg je niet zomaar.

De kracht van het sociaal-cultureel volwassenenwerk is dat ze meer dan 190.000 vrijwilligers kan mobiliseren, een ongekend sociaal kapitaal. Tegelijk is het meer dan ooit de vraag de sector de groeiende groep van mensen van andere etnische afkomst voldoende bereikt. Migrantenorganisaties en zelforgansiaties geraken langzaam erkend. Maar interculturalisering van de traditionele organisaties blijft een pijnpunt, zeker voor een sector die participatie, burgerschap en sociale innovatie hoog in haar vaandel voert.

Enkele maanden terug schreef ik dat steden sneller interculturaliseren dan sociaal werk. Op de bijna uitsluitend witte autochtone studiedag vanmorgen vertaalde ik dit pleidooi naar het sociaal cultureel werk. Volgens het rapport heerst er in de sector een zekere 'interculturaliseringsmoeheid'. Nou moe... Als als er één sector is die zich dit niet mag en kan permitteren, is het toch sociaal cultureel werk? Zelforganisaties zijn de cruciale opstap, maar toch geen eindpunt?

Warme wensen voor 2012

Nieuwe commentaar toevoegen

"Ik droom van een stad waar daden verandering teweegbrengen, waar ik recht heb op mijn omgeving, waar ik er niet voor haar ben, maar zij mij het hof maakt en er alleen over mij beslist kan worden door een compromis met me te sluiten, waar de gemeenschap het principe van de ondeelbaarheid van de macht als een geestelijk gebrek beschouwt, (...) waar ik kan werken aan hervormingen uit hoofde van mijn ideeën en niet omdat ik daartoe gemachtigd ben, waar schaarste geen prikkeldraadversperringen optrekt rond onze fel verdedigde ongelijkheden, waar ook een straatveger invloed heeft op de nationale economie door zijn aandeel in het openbaar domein te mobiliseren, (...) waar geen bevoegden noch onbevoegden bestaan, ...

Wat ik wil is een groene stad, een diffuus maar toch samenhang vertonend gesprek over de gevaren van het menselijk bestaan, ... Ik wil een stad die als een geschenk is voor haar bewoners, bedoeld om in te praten en te vrijen, en gelijke tred te houden met de mensheid, simpelweg door er te zijn."

Zo'n stad wens ik u allen, en een warm en solidair 2012!

(vrij naar Gyorgy KONRAD, 1995. De stedebouwer, Van Gennep, Amsterdam, p. 128-132)

Hervorming ocmw-steun ontaardt in kille besparing

Nieuwe commentaar toevoegen

In 2011 voerde het Antwerpse OCMW een nieuwe bijstandsnorm in. Ouderen of mensen met een handicap die niet meer activeerbaar waren konden zo een iets hogere aanvullende steun krijgen. Maar, tegelijk maakte het OCMW de voorwaarden selectiever. De leeftijdsgrens werd opgetrokken van 50 naar 60 jaar en mensen die nog in het vreemdelingenregister staan ingeschreven hebben in de toekomst geen recht aanvullende steun meer.

Deze week bleek uit een eerste evaluatie dat de zogenaamde sociale hervorming is ontaardt in een kille besparingsoperatie. In plaats van de vooropgestelde meeruitgaven keert het OCMW vandaag aanzienlijk minder aanvullende steun uit dan in 2010. Een extrapolatie op basis van het eerste half jaar van 2011 toont aan dat de nieuwe norm minimaal tot een besparing van 66.646 euro in 2011 zal leiden in vergelijking met 2010. De evaluatienota geeft zelfs aan dat dit een onderschatting is. Op basis daarvan ramen wij dat het OCMW afstevent op een netto-besparing van ruim 100.000 euro tegenover 2010. Bij de invoering van de maatregel werd het nog voorgesteld alsof men 1 tot zelfs 2 miljoen euro méér aan aanvullende steun zou uitkeren. Niet dus.

De steeds restrictievere houding van de OCMW-raad, met een soms onhaalbare activeringsdruk op ouderen en bijna systematische weigeringen van aanvullende steun voor nieuwkomers die niet kunnen werken, transformeerde een potentieel sociale maatregel tot een besparingsprogramma.

Hoe is een sociaal voorstel kunnen ontaarden in een saneringsmaatregel? Aan de ene kant onderschatte men de besparingsimpact van de afschaf van huur- en verwarmingstoelagen voor alle nieuwe aanvragen van mensen in het vreemdelingenregister en voor de mensen tussen 50 en 60 jaar. Aan de andere kant hebben de bijstandscomites van het OCMW in vele gevallen de positieve voorstellen van maatschappelijk werkers naast zich neergelegd en is men – voor wat hoort wat – de criteria in de loop van het jaar veel strenger gaan toepassen. Steeds vaker wil de OCMW-raad politieke signalen geven over het federaal asiel- en migratiebeleid op basis van beslissingen in individuele dossiers.

Tijdens de eerste 8 maanden van dit jaar werd voor 570 ouderen de verhoogde B-norm ingevoerd. Maar, bij liefst 192 60-plussers werd de vroegere huur- en verwarmingstoelage niet omgezet in een hogere B-norm. Het gaat om mensen die in het vreemdelingenregister staan ingeschreven en dus uitgesloten zijn van de hogere bijstandsnorm. Maar hier zijn ook heel wat ouderen waarvan men oordeelde dat ze onvoldoende ‘activeringsinspanningen ‘ leverden, of dat ze in hun leven onvoldoende hadden gewerkt om recht te krijgen op een hogere uitkering. Bij 97 gezinnen leidde de evaluatie van hun dossier tot een volledige afschaffing van de huur- en verwarmingstoelagen door de bijstandscommissie.

Kortom, wat een versterking van het Antwerpse sociaal beleid had kunnen worden, - een investering in iets hogere aanvullende uitkeringen die de Europese armoedegrens dichter benaderen voor wie niet meer activeerbaar is (ouderen, zieken, gehandicapten) – ontspoorde de voorbije maanden tot een kille besparingsoperatie. Nadat dit najaar al bleek dat het Antwerpse OCMW de federale middelen voor de strijd tegen energiearmoede al twee jaar lang onvoldoende gebruikt, schroeft men nu ook in de aanvullende bijstand de middelen terug.

Het boek ‘Voor wat hoort wat’ kon men nog zien als een intellectuele zoektocht naar bijsturing van wederkerigheid en naar nieuwe evenwichten, een debat waard. Maar de slogan ‘voor wat hoort wat’ leidt in de praktijk nu al voor ontsporingen van de activeringslogica, waarbij men mensen niet versterkt, maar wel uitkeringen terugschroeft van een deel van de ouderen in deze stad.

Het Antwerpse OCMW moest de voorbije jaren al een sociaal beleid voeren met de handrem op. Haast onzichtbaar trekt men die handrem steeds harder aan. Ondertussen groeien de armoede en ongelijkheid in deze stad schrikbarend.