Nadat ik door de ochtendkoelte naar het station was gefietst, las ik vanmorgen op de trein in De Standaard dat de Vlaming tussen september 2008 en september 2009 gemiddeld 15.900 kilometer met de auto reed. Ter vergelijking: in 1996 was dat nog 13.000 kilometer per jaar, een stijging van 22 procent op veertien jaar tijd.

Vlamingen doen twee op de drie van alle verplaatsingen met de auto, een kwart slechts doen ze te voet of per fiets. Het openbaar vervoer nemen Vlamingen uiterst zelden: slechts in vijf procent van de gevallen. Alweer een punt waarop ik gelukkig geen doorsnee Vlaming ben…

In vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder is het aandeel van de verplaatsingen die we te voet doen gedaald. En het aantal ritten met de auto is gestegen. De meeste verplaatsingen zijn bovendien erg korte autoritjes. Veertig procent van onze verplaatsingen blijft onder de drie kilometer.

Rustig op het werk aangekomen, hoor ik hoe er extra lange files staan op de E-40 en andere plekken omdat het wegdek door de hitte is omhooggekomen. En door teveel auto’s natuurlijk, vergeet men te vermelden... De afgelopen dagen werd de ozondrempel herhaaldelijk overschreden, door de warmte. En door teveel auto’s natuurlijk, vergeet men te vermelden... In de golf van Mexico lekt de olie nu al bijna drie maanden. Waarvoor hebben we nu ook weer zoveel olie nodig? Of waaromlukken we er onvoldoende in om de CO2-uitstoot terug te dringen, nochtans levensnoodzakelijk om de volgende generatie niet met klimaatopwarming op te zadelen?

In plaats van een ernstig beleid over duurzame mobiliteit, ging het dit weekend weer maar eens over de Vlaamse identiteit. Onze afhankelijkheid van auto’s en een gebrek aan beleid om onze olieverslaving te temperen hebben we alvast met Amerikanen gemeen.